Ziekte
Hij had de verschijnselen wel opgemerkt, maar niet willen zien.
Een graf van koorts willen graven. Twee mensen willen zijn. Van binnen zweven & gloeien, van buiten grijze hardheid uitstralen.
Alleen een stem zijn.
Niemand zien. Van afstand door iedereen heen kijken. Ondertussen de rijkdom naar zich toe zien stromen.
De dromen werden steeds vreemder, zelfs voor hem. Terwijl hij nauwelijks sliep. Overbodig leek hem dat, nu hij geen nabijheid meer voelde, alles afstand was geworden. Nu niets hem meer zomaar, zonder controle, kon doorboren.
Dit mede mogelijk gemaakt door jaren afval stapelen & schade oplopen. Decennia van het niets dat we leven noemen. Waarvan we weten dat het eindigt, maar waarvan we nog steeds niet weten hoe we het de juiste vorm moeten geven.
Wat als je die volgorde verandert? Wat als je gewoon, ziek of niet, nooit meer naar buiten gaat? Wat als vandaag toevallig niet je laatste dag is?
Hij mag dan van uur tot uur vrij goed weten wat hij voelt (hij houdt aantekeningen bij die hij heel bewust geen dagboeken noemt), antwoorden heeft hij meestal niet.