De man die dik & lui geworden is

De man die dik & lui geworden is

Nu staat hij op...

“The only necessary / poetic act / is the writing / of the poem.”
- Charles Bukowski, Darlings of the Word

Nu staat hij op, de man die dik & lui & log geworden is. Die braaf knikt, zich de les laat lezen door zijn huisarts, zelf ook dik & lui. Die netjes alles eerst googelt. Nu staat hij op & loopt. Eerst rondjes, daarna verder, daarna weg. Doet wat in hem opkomt maar kan nog niet bij zijn pijn: hij ziet de dubbele bodem, maar moet blijven zoeken.

De droom een groot, gevierd schrijver te worden ligt in scherven in een hoek. Creaties genoeg, maar alles van plastic & weliswaar grotendeels recyclebaar maar van weinig blijvende waarde. Nog nooit zo veel spullen bij elkaar gezien die zo slecht wisten waar ze heen moesten.

Het is makkelijk alle ruimte te laten innemen door noodzakelijkheden: wasrek, ouderavond, spaarrekening, zomervakantie. Daar hoeft bijna geen lucht meer tussen. Tegelijk alles weggooien is lastig, maar verwaarloosd & verwaterd verdwijnen je ambities vanzelf.

(Dit gedicht is complex en lijkt te worden gekenmerkt door een stroom van bewustzijn, een schrijfstijl waarbij gedachten, gevoelens en waarnemingen van de verteller in een ongefilterde, vaak chaotische volgorde worden gepresenteerd. Dit is kenmerkend voor postmoderne poëzie, die vaak complexe thema's en uitgebreide verwijzingen naar popcultuur, politiek en persoonlijke observaties bevat)

Er zijn bovenburen & onderburen, zij lijden honger & dorst maar uiteindelijk sterven zij van de hitte. De man ziet ze door kijkgaten creperen/marcheren door de straten, rode vlaggen & eeuwigdurende bevrijdingsstrijd. Kelders zijn er ook in het gebouw. Daar kun je beter niet zoeken, gaat het verhaal. Meestal is alles wat je nodig hoort te hebben sowieso voor je in de kamer gezet waar jij in bent gezet.

Ambitieus romancier (zonder zitvlees/planningstalent). Gelegenheidsdichter (die niet van rijmelarij houdt). Podiumbeest (zonder band). Zo glijd je af, via columnist naar ghostwriter naar oude zeikerd naar consultant. Overgewicht, suikerziekte & steeds conservatiever borrelpraat uit je mond: mijn oplossing is tot dusver geweest om niemand te zien, nergens bij te zijn. Geholpen door een pandemie sloot ik me op en stopte ik met naar binnen kijken, bande beweging & beroering uit. Voor het gemak. Voor mijn gemoedsrust. Mijn uitvallen beperkt tot het weggooien van grote stapels boeken.

(Het thema van het gedicht lijkt de strijd van de ik-persoon te zijn met zijn eigen identiteit en de maatschappij waarin hij leeft. Het gedicht is introspectief en maakt gebruik van abstracte beelden en symbolen om de mentale en emotionele staat van de ik-persoon weer te geven. Er is sprake van een constante strijd tussen verlangen en teleurstelling, tussen ambitie en berusting)

Lezen is voor mensen die aangeschreven willen worden. Mensen die open staan, althans om hun eigen weten te laten bevestigen. Ik weet niets meer. Niets meer zeker. Dus kan niemand me meer iets vertellen. Voor iedere advertentie die je niet kunt blokkeren is er iemand die je in een advertentie vertelt dat je er niet naar moet luisteren. Alles wat je kunt kopen vertelt je meteen al waarom je het niet nodig hebt. Je pot dus je geld op en knikt welwillend als de buitenwereld je beleggingsadvies geeft. Er komt steeds minder geluid binnen.

Kosteloos, futloos rukken aan een dood paard – uit de bagger slepen. Geen drank, geen drugs, geen ziekte, geen waanzin. Aan de oever zitten (zonder sigaar) terwijl een kadaver gewoon een kadaver is. Zoiets wat gewoon bij dat leven hoort dat we horen te leven.

Nu staat hij op, want hij heeft iets gehoord. Nu staat hij op, want hij meent iets te zien. Zonder kogels, zonder wonden loopt hij. Zijn gebrek aan snelheid wordt hem niet fataal, want hij wordt beschermd door bubbelfolie, privileges & vroeger veroverde verworvenheden. Plastic & beton, principes die je niet goed tweedehands kunt vinden. Gebrek aan brood noch reddingstouwen... Te weinig achtervolgers, te weinig voorbeelden. Te weinig boodschappen die ongehavend aankomen. Kennis, wijsheid, ervaring als bakstenen.

(Het gedicht bevat veel popcultuur- en maatschappelijke verwijzingen, wat wijst op een kritische blik op de moderne maatschappij. Het maakt gebruik van bittere ironie en scherpe satire om het contrast tussen de ik-persoon en de wereld om hem heen te benadrukken)

In feite heeft een oorlog maar weinig nadelen. Je kunt een safe zone bouwen waar je, met Das Kapital of met een loden pijp (jouw keuze), zonder schuld, straf of schaamte VVD’ers, racisten, oude blanke mannen & ander tuig mag afrossen. Waar hartje zomer de open haard altijd brandt & waar nog dvd's zijn. Waar nog geen van de apparaten met het internet is verbonden/iedereen nog wat betekent/ideeën nog wat betekenen zonder dat je iets uit hoeft te voeren. Wil gewoon mijn ding doen/wil gewoon/het Journaal moet eens een keer naar ons luisteren!

Wonderlijk dat deze kamer nog bestaat. Dat politiek een zwaar beroep is. Niks hier heeft een afstandsbediening, maar er liggen tapijten uit Iran, Syrië, Afghanistan – die fokking zandbak/achterlijk volk met rugzakken & gestolen dreadlocks/raar protest met regenboogvlaggen/theatraal naar asem & hasj ruikende aanstellers. Als je hier zonder harnas naar buiten loopt, ben je veroordeeld om tot 2030 alleen nog maar tofu te eten met zonnestroom.

Dit is de verwarde dood van een eenling. Vanuit deze kamen kun je namelijk niemand naaktfoto’s sturen. Het receptenboek waar je nooit meer in kijkt blijkt hier een heel andere functie te hebben. Om wat te worden//omdat holten, eieren breken//in verwarde toestand, maar nooit helemaal verlaten//betalen voor diensten die je niet kunt gebruiken omdat je het wachtwoord kwijt bent//tientjes stapelen, schulden maken, nooit meer terugkomen.

(Het gedicht is erg rijk aan beelden, maar soms zijn deze beelden vaag en verwarrend, wat de complexiteit en dubbelzinnigheid van het thema van het gedicht benadrukt. Er is een gevoel van onbehagen en verontrustend realisme in de manier waarop het gedicht de wereld presenteert. Het lijkt een reflectie op de moderne maatschappij, het leven, en de strijd van de mens met zichzelf en met de externe wereld)

Hierbinnen is alles een optie. Later te verzilveren of waardeloos. Schuld, straf noch schaamte: een despoot, in leder & roestvrij staal gekleed, die regeert noch vergeeft (vraag het haar zelf maar). Versierde plafonds, trompe l’euil: wie zal sterven? Wie niet? Hier blijft niemand lang liggen, omdat er altijd achtervolgingen zijn, hogere beroepen, doelen om na te streven, kliffen om je vanaf te storten, zegswijzen die diepgewortelde culturele vooroordelen verraden, meningen die ingepakt moeten worden in kennis & gedegen onderzoek, stripverhalen die langzaam maar zeker wetboeken worden en ons kanten slipjes om dikke billen tonen want dat voelt echt. Seks is hier namelijk ook geen kwestie meer, zeggen we dagelijks net iets te hard – leven/volgen/waarden/normen & keukens verkopen hoeven elkaar niet te bijten met stevig vastgebonden, leuk aangeklede baarmoeders die desgewenst een liedje zingen/ambulances met extra ramen voor het uitzicht/bleeds, it leads/lachen voor de fokking camera, factuur, door naar de volgende/niet meer in staat te voldoen/verplichtingen/hert, koplampen – het is gewoon belangrijk dat we dit gesprek met elkaar hebben, vind je niet? Doe het anders voor de kinderen, alles hebben ze kapotgemaakt.

Sommige zaken kun je maar heel moeilijk indelen in gekleurde, glimmende doosjes. Je waagt pogingen, je weet niet waar die op te bergen als ze mislukken. Proberen niet te denken aan het overklotsend reservoir van zwaar vervuilde verhalen. Wat je geworden bent. Waar je hoopte dat de naden het zouden begeven, je uit elkaar zou vallen, alles weg zou stromen & dan weg zou zijn kwam je steeds meer samen/gebald in een hoek te zitten, een zak botten, stevig te staan, op een voetstuk gezet, geproefd als succes waar het veilig was & waar alles makkelijk ging & waar ze zeggen: hij geeft gewoon mazzel gehad & hij heeft het goed geregeld man goed gedaan gefeliciteerd.

Je kunt op de val nauwelijks wachten. Je wordt ‘s nachts wakker van slagersmessen die steeds maar niet komen. De ergste angst is de angst voor nog meer uitstel van allerlei geplande martelingen, het eeuwige wegblijven van pijn & ellend. Wijn & muziek geen wanhoop meer, dingen die echt – moeten. Echt moeten zijn. Tot dat moment is er echt geen verrassing, alleen de hoop dat iedereen op een zeker moment ophoudt, gewoon ophoudt. Dat de zon je ogen op een zeker moment geen pijn meer doet. Dat de kleine, gevaarlijke diertjes in het gras gewonnen zullen hebben. Dat je nooit meer te vroeg op zult zijn om de zonsondergang te missen & daarna nergens heen te hoeven & allerlei gesprekken te moeten voeren die niet beginnen, niet eindigen & niets opleveren. Moe? Misschien – vol energie/niets om op te knallen/geen kosten meer/geen monsters.

(Qua vorm is het gedicht vrij van traditionele metrische of rijmschema's, wat het een vrije vers-structuur geeft. Dit kan dienen om de vloeiende, ongecontroleerde stroom van gedachten en emoties te weerspiegelen die in het gedicht wordt geuit)

‘Complottheorie’: het understatement van de eeuw. Zo gek had namelijk niemand het kunnen bedenken. De gelegenheid maakt de dief, zoals het papier je nog geen schrijver maakt terwijl alles digitaal/je kunt dit nu tegen betaling laten stoppen/aan stukken laten staan/mensen laten martelen zonder aanwezig te hoeven zijn. Met een QR-code aantonen dat je er niet mee in aanraking komt, dat je internationaal zonder beperkingen mag reizen. Dat je niet diegene/het Hof bepaald heeft/vertaalt dit automatisch in 12 talen/zelf doen tegen meerprijs/waarom. Zou je?

Wat is dit? Je bekendheid op een bord? Tekenen, hier. Waarom deze samenloop, zonder de gevolgen te kunnen overzien? Hart piept, de rubberdoploze paal, haveloze schoolstoel, linoleum met vlekken & littekens/voor de klas/grijnzende koppen/hiervoor gestudeerd, later leeggelopen: zouden ze inmiddels dood zijn? Laten we het hopen. Nadien/oorlog? Het zijn er nog maar weinig, weinig maar zijn teruggekomen. Ze wonen nu in tenten & huisjes (verdiende loon) & en worden weer vermorzeld & verkracht (opvang in eigen regio). Modder & cholera, scherprechters. Terugvordering van orders & ordners/op papier is betalen eenvoudig. Deze operatie wordt geleid vanuit het appartement van één van de daders/doener op de vierde/weten we (niet) precies wie daar (niet) woont/staat op naam van een investeringsmaatschappij/brievenbus/Singapore/oude panden zijn gehorig. Gipsen plafonds vol nat stro. Mensen apart zetten om ze later af te knallen. Als de camera is gaan slapen, schaamte noch schuld. Geen gegil, maar ook geen muziek.

Nu schijnt iedereen te willen weten wat iedereen overal van vindt. Als je de media moet geloven moet je dat? Als je nadenkt & krabt achter de oppervlakken. Vindt wat eigenlijk niet waar was/gevonden moest worden/geen samenzwering, harde natuurkunde waardoor alsnog alles kapotgaat. Naar de tering, zoals ze dat/alweer zolang/niets meer zeggen/deze oorlog/zo lang geleden, waarom zouden we nog? Waarom mogen we deze vragen niet stellen? Was het echt zo erg, met treinen en vergassen? Hoe maak je dat verhaal? Wie legt ons eigenlijk nog regels op, als we de schuifdeur van ons heelal gewoon dicht kunnen gooien & nu we alles aan kunnen schaffen zonder jou tegen te komen? Weggerold in de wereld, catastrofaal gefaald? Deze halfslaap, maakt hij mensen beter of slechter & wie draait er aan de knoppen van het algoritme dat zorgt dat we haten wat we niet kunnen plaatsen, dat we haten wat we niet kunnen. Buiten: het gebrek aan storm. De vrede die te mooi is om niet te breken – als je je eigen darmen uitkotst, heb je je misschien voldoende ingespannen. Aan doodgaan heb je voorlopig niks, al blijft het een reële mogelijkheid. Je kunt het ballonnetje oplaten, maar kun je het ook losknippen & een eigen leven geven? Je doelen bereiken, je meerjarenplanning/tatoeages van hoe succes eruit zou moeten zien/tanden bijten, pijn genieten/alcohol vult de loze momenten, fungeert als surrogaat voor wat je eigenlijk zou moeten voelen, heb je gelezen/lees hier: je leven is afgelopen, moet eindigen, moet anders/lichaam van liefde belachelijk gemaakt door wat eerst een digitale kunstvorm leek te worden, maar wat nu een beroepsgroep, een lifestyle & een excuus is geworden om nauwelijks iets te verdienen & toch 6 euro voor een kop koffie te betalen. Sloop eerst alles wat je dacht dat je voelde, dat je was. Protesteer mee met de boeren, maar zonder de goedbedoelde taalfouten. Volg keurig het programma, dat is er niet voor niets. Dan de dingen waar je iets mee kon toen je ze hoorde (dat is gewoon je socialisatie, je cultuur. Die is verkeerd). Dit zijn de (noodzakelijk verslavende) gereedschappen voor de Stap het Moderne Leven in, dat geen leven meer is maar een ervaring. Houwelen en bijlen, voor de strijd, je heldenreis van 23 seconden video zonder geluid, want mensen hebben er last van, zet het los/tegenover elkaar & sociale media & onschatbare rijkdom, vervoer, aangedreven door brandende bagger.

Dit is vermoeidheid, slapheid: lijden waar weinig aan te doen is. Een wrak dat je beter kunt laten uitbranden. Later vinden we de resten op het asfalt. Waarom zou je foto’s van dode tieners willen verzamelen? Waarom zou je alles willen zien, ook al weet je vooraf dat je het niet wilt zien?

Mijn hart bloedt voor Turkije. Mijn hart bloedt voor Rusland. Mijn hart bloedt voor China. Ik investeer mijn geld niet in Turkije. Ik investeer mijn geld niet in Rusland. Ik investeer mijn geld al helemaal niet in China. Op de dag dat alles heel ordelijk uit elkaar klapt, ben ik er hopelijk al niet meer maar leeft mijn voetafdruk voort. Ik heb haast om mijn voetafdruk zo groot mogelijk te maken. Mijn ideologie is simpel, maar draagt alleen gewicht als de massa zich erachter schaart. Mijn woorden zijn altijd kort maar hevig en sturen zichzelf in de richting van het gejuich. Mijn hart bloedt voor mijn trouwe kiezers. Mijn hart bloedt harder voor zwevende kiezers. Ik zou zelf niet weten wat ik zou kiezen, zou ik geloven dat ik de vrijheid had om te kiezen.

Waarde: ik moet voor deze boeken betalen, omdat ze dan voor mij waarde hebben – waar ik nooit iets van begrepen heb is dit: als je op bezoek was bij een poëzie-uitgever kwam je altijd buiten met een stapel boeken. Gratis, in je handen geduwd. Hier, neem maar mee. & altijd kreeg je ook de standaard jammerpreek over dat niemand meer wilde betalen voor een goed boek.

All flustered & reeling. Die deadlines halen zichzelf niet. Je hebt alles onder controle, je zou met minder slaap in een dag een dichtbundel kunnen schrijven - al weet je niet precies wat dit betekent. De snelweg, de... Geruststelling dat dat er allemaal nog is. Wakker worden. Je voelt wel verdriet - pijn zelfs - maar tegelijkertijd de opwinding dat er eindelijk eens iets gebeurt. De opluchting: de naald die door je huid glijdt, na het terugtrekken een gloed laat van geweest zijn, voorbij. Lachend door het park lopen, met tranen in je ogen. Lachend, terwijl je lichaam kraakt.

Total loss & totaal geen wonderkind. Goddank zenden ze alleen de hoogtepunten uit. De creatieve montages die het verhaal vertellen wat ze toch al wilden vertellen. De man is materiaal. Eerst de mens, dansend het geld, altijd dansend het geld. Want winkelen kan verlichting geven: het gevoel dat je in ieder geval nog bij machte bent om je eigen geld ongezien/ongewild aan onzin uit te geven. Je kunt een man pas in zijn tuin opsluiten als hij nuchter geworden is & zelf besloten heeft dat hij naar binnen wil. Uiteindelijk wordt zijn hand te zwak om nog op de deur te bonken. Hij kan aan het eind, als hij het zelf eigenlijk al niet meer weet, zelfs niet meer tekenen: werken, heilige plicht. Rechten: vrije tijd, beeldschermtijd. Kijk zo veel televisie als je kunt - ramen & deuren. Niets te zien, niets te weten. Niet ons probleem toch?

Whenever I have read, awakens the desire to write. To create with the new material ingested.

Het wordt weer helemaal niks vandaag. Want: alles (bijna nooit) of niks (de meeste dagen). Roest. Blanke lak. Verbrande kaas die de keuken zijn nieuwe geur geeft (de schoonmaak, een paar uur geleden, overdreven geparfumeerd). Minder penetrant is minder... Kan ik dat? Ben ik dat? Wat ik lees, verbouw ik. Groeit in de modder. Hoest ik op - het soort kotsen waar je de drank geen schuld meer van kunt geven. Is het de moeite waard, levend verbranden in een appartement waar je weliswaar prima woont, maar waar je nooit echt gelukkig bent geweest? Blijven praten lukt meestal, blijven ontkennen steeds minder.

(Over het geheel genomen is dit gedicht een rijke en complexe reflectie op het individu en zijn relatie met de wereld, gepresenteerd door middel van abstracte beelden, complexe thema's en een vrije vers-structuur. Het is een krachtige expressie van innerlijke worsteling en kritiek op de moderne maatschappij)

Dat er niets meer is. Aarde, lomp stuk gestolde lava, zegt nooit iets terug.