De Laatste 3 Minuten

De Laatste 3 Minuten

1.

Het leek erop dat de rij auto's het niet erg vond in de grijze kolk te verdwijnen. De lucht was bezig ook grote delen van de akkers langs de snelweg op te eten. Alles werd de kleur van asfalt. Alle anderen naast je in het steeds donkerder worden. Achterstevoren terugrijdend, terugdeinzend in ingebeelde paniek. Een koning werd door de Godheid gestraft omdat hij een labyrint bouwde & erin ging wonen. Omdat hij er zijn thuis van maakte. Ik hoop dat de Godheid, mijn waanzinnige koppigheid ten spijt, mild voor me is... Vergeef me, want ik weet wat ik doe. Ik kan niet meer stoppen. Ik heb hier mijn thuis van gemaakt.

2.

Als de nacht valt is er van de stilte weinig over. Hier wordt serieus gedronken met verbrande koppen & koude kuiten onder korte broeken op zogenaamd verwarmde terrassen. Er zijn avondvogels, maar niemand hoort ze in het geraas. Bier uit plastic, gif verpakt in groen & rood & blauw. Want het is feest. Het is altijd feest. De dichter wordt deze avond wakker & gaat douchen & doet een overhemd aan dat net te goed past. Even was hij vergeten dat er geen plek meer is in de stad voor iemand die van avondvogels houdt. Provinciaal & overjarig, oud & niet bestemd voor de liefde, noch bestand tegen het schreeuwen over de basdreun heen.

3.

Hij neemt de plek in van iemand anders. De schuld is nauwelijks te dragen, maar hij heeft het geld hard nodig.

4.

De pauw uit de dierenweide spreidt zijn staartveren, hij is heer & meester & de regen bubbelt zeepsop uit putdeksels. Alleen de ganzen grazen, alle andere dieren & buren zitten binnen & kouwen op hun hooi & aardappels, RTL & SBS & Amsterdam is nooit een plek geweest voor dichters die 'fuck' zeggen. Startproblemen, stroeve koolborstels, slaapmiddelen & Seroxat maar ach, de zon schijnt. Het is te heet. Een gevecht breekt uit, dooft uit & het hele gedonder begint van voren af aan, gesmoord in rituelenprut & bellend met beeld. Zustersterren blijven cirkelen & de pastoor wil niet in discussie met de schepping maar trekt zich af met koude bleke vingers terwijl de zomerdag vlucht na vlucht korte rokjes & buiktruitjes & duidelijk zichtbare lingerie laat fladderen.

5.

Rokend op een terras achter een koud drankje lijkt het allemaal wel mee te vallen. De gevels minder lelijk, de motorbendes teruggetrokken in hun clubhuizen. Terug in zijn kamer gaat de dichter op zoek naar de after-sun. Honger & hoofdpijn, duizelingen, vierkante ogen. Zijn bureau is nooit leeg & kranten van een week liggen ongelezen op een kaarsrechte keukenstoel, de afstandsbediening op een lege doppindazak. Ooit waste hij in de Schie de kots van zijn schoenen. Ooit zei hij ik zie wel hoe ik weer opgraaf wat is gestenigd met volle vuilniszakken & tegen iedereen die zeurde - & dat was bijna iedereen - zei hij dat ze zijn rug op konden met hun gezeik & daar ligt hij dan met zijn dovemansoren. Een doodgevroren junk op een Ikea-bank. Op straat roept het vrouwtje Gods woorden. Maar God is een campinggast op slippers. De hand van de pastoor wat nattig tegen de koude kerkmuur, honderden bosjes zweterig schaamhaar in het Vondelpark. De langharige koning krijgt zijn Mercedes eindelijk aan de praat ter hoogte van de Hindoestaanse videotheek waar de buurman zijn kozijnen staat af te kitten.

6.

Waar is het, denkt de dichter, het staat niet op papier. Ze moeten het me hebben afgepakt toen ik, verdoofd door koolhydraten & rosé, de glimmende folders las. Nu is de fles leeg & zonlicht dat glimt op parfumreclames kun je niet vastpakken. De dichter kijkt naar de avondvogels die voor het zachtgele neonlicht op zoek zijn naar rondvliegende insecten. Ze schieten heen & weer in afwachting van aflossing door vleermuizen. Zonwerend bruinblauw weerkaatst het samenpakkend onweer in kantoren. De dag is voorbij. De stad is moe van het niets & teveel & de auto's waarvan sommige nog geen licht aan hebben & trage vlaggen in luie lauwe wind.

7.

Het geeft niet want iedereen heeft er een beetje last van & doen alsof is OK. Uitgelopen blauw van slechte tatoeages & navelpiercings met goedkope steentjes & een kwabje er onder & er boven. Geweldenaren met kermisgeweren, een sigaar & een halve liter met teveel schuim. De dichter deelt zijn regels uit & zelfs de losers denken dat hij een dealer is & ontlopen hem. Hij grijnst zijn rookomklemmende tanden bloot & de draaibar trekt skwiekend aan zijn linkerschoenzool. De rechter leest spugend & schreeuwend & in filmcitaten sprekend het vonnis onverstaanbaar in zijn oor over hoe hij thuis met blauwe vingers & zenuwsteken code maakt voor een tekstverwerker die gratis is terwijl mensen eigenlijk gewoon dure spullen willen om van hun geld af te komen. Het licht gaat aan. Een schijnwerper zoekt het dansend publiek af & een jongen in een wit overhemd slaat op de vlucht voor de uitsmijters. Kan de marketeer de technicus nog één keer uitleggen hoe de wereld werkt?

8.

De dichter wandelt door het verwaaide landschap maar gaat nooit ver van de blokhut. Hij is hier gekomen om te werken, te schrijven, maar hij heeft zich weer verloren. Hij is er zich van bewust dat er zoiets is als erotiek & dat er stoffen zijn die luisteren naar de namen XTC &cocaïne & alcohol & marihuana. Speed, Ritalin, Oxazepam, absint. Hij vraagt zich af wat deze zouden zijn, waren ze meer dan namen. Hoe ze het wuivend weidegras op kleur zouden coderen. Of zijn werk er onder zou lijden. Kop koffie teveel op een lege maag & slecht geslapen, hij leest zonder interesse het economisch nieuws met aan drie kanten uitzicht op weiland. Zijn eenzaamheid voelt onvertrouwd hier in de polder & hij herinnert zich zijn rug op het oude beton van de gemaalsluis. Haastwolkenwind trekt aan de punten van zijn laarzen.

9.

Tergende, slepende muziek kondigt het einde aan. De regisseur heft in wanhoop zijn handen. Ergens worden vleeshaken gesmeed. Kijken door een vetvlek op een streekbusruit & je afvragen hoe een glasbak voelt, de eenzaamheid van alles in de buurt hebben maar niet kunnen kiezen, van allemaal samen op zoek & de nieuwste hype. De tijd gaat door & steeds sneller & het leven komt tot stilstand in deze drie minuten, niet anders of beter, later of vroeger dan de voorgaande miljarden.